Digitalisering is geen vertaling van een brief naar een online formulier

interview Bas EenhoornNationaal Commissaris Digitale Overheid

De digitale transformatie bij de overheid gaat niet snel genoeg. Bas Eenhoorn, sinds vorig jaar Nationaal Commissaris Digitale Overheid, en zijn team zijn aangesteld om de grootste uitdagingen  overheidsbreed aan te pakken. ‘We zijn een soort Gideonsbende, die de digitalisering van de Nederlandse overheid wil realiseren. Dat doen we altijd vanuit drie principes: financiën, sturing en inhoud.’

‘Er zijn eigenlijk drie problemen waarom de digitale transformatie van de overheid niet snel genoeg gaat,’ begint Eenhoorn. ‘Allereerst de financiering, er is een flinke investering nodig om alle wensen op het gebied van digitalisering mogelijk te maken. Bovendien zijn er fikse tekorten bij het onderhoud en de ontwikkeling van bestaande e-voorzieningen, zoals MijnOverheid, DigID en Digipoort. Ten tweede is er behoefte aan sturing. En tenslotte moet er een duidelijk plan zijn dat antwoord geeft op de vraag: wat willen we eigenlijk?’ Dit zijn in een notendop de drie belangrijkste taken waarvoor ‘digicommissaris’ Bas Eenhoorn is aangesteld in augustus 2014. Eenhoorn zelf heeft een indrukwekkend resumé met jaren aan ervaring bij grote consultancybureaus en verschillende bestuurlijke posities bij decentrale overheden.

Eén jaar
In het jaar dat Eenhoorn nu de scepter zwaait, is er een begin gemaakt met oplossen van de bovengenoemde problemen. ‘De urgentie over het tekort in financiering staat nu veel hoger op de agenda. Daarnaast is er een nationaal beraad ingesteld, met vertegenwoordigers van alle departementen, decentrale overheden en zowel kleine als grote uitvoeringsorganisaties. Bij de eerstvolgende bijeenkomst schuift ook het bedrijfsleven aan. In de vergaderingen van het nationale beraad bespreken we zaken als investeringen en gemaakte afspraken. De uitkomsten hiervan rapporteer ik naar de ministeriële commissie,’ legt de Digicommissaris uit.

Digiprogramma
Vanaf de zestiende verdieping van de Zürichtoren in Den Haag overziet Eenhoorn letterlijk een groot deel van de burelen van de Rijksoverheid. Zijn werkterrein reikt echter een stuk verder. Ook decentrale overheden, zelfstandige bestuursorganen en uitvoeringsinstanties, zoals de Belastingdienst en het UWV, zijn onderdeel van het zogeheten ‘programma Digitale Overheid’ (Digiprogramma). Dit Digiprogramma moet bijdragen aan een ‘klantgerichte, effectieve en efficiënte digitale dienstverlening van de overheid aan burgers en bedrijven’. De Digicommissaris heeft de opdracht om beleidsontwikkeling en vernieuwing vanuit dit Digiprogramma aan te jagen.
Daarnaast is er de Generieke Digitale Infrastructuur (GDI), deze infrastructuur wordt ook wel de basis voor de digitale transformatie genoemd. De GDI bestaat uit vier clusters: dienstverlening, identificatie en authenticatie, interconnectiviteit, engegevens . De GDI bestaat al, maar het is tijd om deze te moderniseren en aan te passen aan de wensen van de digitale mens.  Tot zover de beleidstaal, hoe werkt dit in de praktijk en waarom wil de overheid digitaal transformeren?

Dienstverlening en eID
Eenhoorn vertelt gestructureerd over de modernisering binnen de deelgebieden van de GDI.  Te beginnen met digitale dienstverlening. ‘Bij een gemeente kun je een wijziging doorgeven bij het loket, er een belletje aan wagen of in sommige gevallen een online melding maken. Dit laatste levert veel besparingen op als je bureaucratische processen slim innoveert. Dit wil dus niet zeggen dat je alle loketten sluit en alleen online dienstverlening aanbiedt. Digitalisering is niet alleen een eenvoudige vertaling van een brief naar een online formulier, het is een transformatie van werkprocessen, ’ legt de Digicommissaris uit.
Daarna geeft hij aan dat er op korte termijn grote stappen gemaakt zullen worden op het gebied van identificatie en authenticatie. ‘Momenteel beschikken we over een e-herkenning en een digitale handtekening, dit willen we omzetten naar het eID-stelsel. Hiermee kan iedereen laten zien dat hij online is, wie hij zegt te zijn. Voor webwinkels zou dit bijvoorbeeld een erg handig hulpmiddel kunnen zijn om fraude en misbruik te voorkomen. Een webwinkelier heeft met het eID namelijk een betrouwbaar instrument om de identiteit van een klant te controleren.´

Stapje voor stapje
Het ontwikkelen van de GDI is de ene kant van het verhaal. De andere kant is de participatie van overheden, en in het bijzonder gemeentes, in de digitale transformatie. Elke gemeente heeft zijn eigen plannen en budgetten. Net zoals het samenwerken tussen ministeries en departementen niet altijd even gemakkelijk is. ‘Bijna iedereen is er van overtuigd dat digitalisering noodzakelijk is, maar er zijn tal van zaken die het proces problematisch maken. De Generieke Digitale Infrastructuur loopt door alle overheden en uitvoeringsinstanties heen, maar door de autonomie van verschillende overheidsonderdelen is het bijzonder lastig om de digitalisering te stroomlijnen. Vaak praten we over dezelfde data, die ondergebracht zijn  via verschillende voorzieningen bij diverse instanties. Wij brengen daar structuur in aan, maar dat kost tijd en vraagt toewijding van veel partijen. Eén van de wonderlijke dingen hierbij is: er is sprake van een exponentiele groei van data, mogelijkheden en capaciteit, maar wij denken dat we stapje voor stapje verder kunnen.’

Overheids-CTO

Recentelijk bezocht Eenhoorn de Verenigde Staten voor een werkbezoek. Zijn enthousiasme over hoe president Obama de digitalisering van de Amerikaanse overheid benadert, steekt hij niet onder stoelen of banken. ‘Tijdens mijn bezoek heb ik de CTO en CIO van het Witte Huis gesproken. Deze mannen zijn door Obama uit het bedrijfsleven geplukt en leveren een groot deel van hun salaris in om een jaar voor de overheid te werken. Als je  dit op een soortgelijke manier in Nederland wilt invoeren, zou dat bijvoorbeeld betekenen dat de CTO van Bol.com meedenkt over de ontwikkeling van het eID. Het in de praktijk brengen van dit soort ideeën spookt al een tijdje door mijn hoofd.  Wij steken veel energie in beleidsaanpak, terwijl juist de combinatie van beleid en techniek inzicht geeft in hoe je dingen verder kunt brengen.’